Hoe moet de overheid de overkoepelende problemen, waar sociale minima tegenaan lopen, oplossen?

Wat is het

De overheid en de gemeente zouden meer moeten overleggen met andere hulpverleners en niet uitgaan van de eigen deskundigheid. Wanneer er andere instanties zijn betrokken is het belangrijk om met regelmaat contact te hebben om dingen aan te pakken en te verbeteren en een nieuw plan te maken. De gemeente en overheid kan het personen makkelijker maken wanneer bijvoorbeeld niet elk jaar een persoon een nieuwe controle heeft of de persoon nog ziek is en recht heeft op een uitkering, in veel gevallen veranderd er niks bij de persoon.

Herkennen

Sociaal minimum is niet toereikend. Het bedrag wat is berekend waar een persoon van moet kunnen leven is te laag om van te leven, alle kosten te betalen. Door de snelle stijging van de prijzen is de groep die moeilijk kan rondkomen gegroeid.

Grote verschillen tussen gemeenten in participatie en bestaanszekerheid. De ene gemeente heeft veel over om personen aan een betere toekomst te helpen dan andere gemeente, de ene gemeente vergoed ook meer dan een andere gemeente. In sommige gemeente is het makkelijk om een opleiding te krijgen terwijl een andere gemeente hier veel minder voor over heeft.

Niet-gebruik van voorzieningen. Tegemoetkomingen en toeslagen worden vaak niet aangevraagd, het is vaak verwarrend waar het aangevraagd moet worden, sommige begrijpen de papieren niet hoe deze moeten worden ingevuld, het is onduidelijk.

Moeilijk om uit de armoedeval te komen. Omdat een persoon met een beperking niet meer uren kan/mag werken om zonder uitkering rond te komen. Een persoon die bij de ggz is komt moeilijker aan een baan, hierdoor zijn er minder mogelijkheden zonder uitkering rond te komen.

Ingewikkelde wetten en regels en hoge administratieve lasten. Het is niet altijd duidelijk welke wetten er gelden en wanneer, het wetboek van Nederland is ingewikkeld geschreven en voor veel mensen verwarrend. De regels zijn vaak niet duidelijk omdat er meerdere mogelijkheden zijn om de regel op te vatten.

Onrealistische inschatting van het doenvermogen van burgers. Doenvermogen is een overkoepelend begrip voor het vermogen om een plan te kunnen maken, in actie te komen, acties vol te houden en met tegenslag om te gaan. In het beste geval zou het mogelijk zijn om te gaan werken, terwijl een persoon bezig is met een herstel.

Gebrek aan geld, tijd en deskundigheid bij gemeentelijke dienstverleners. Deskundigheid is bij gemeente vaak minder van toepassing zeker als het gaat om een diagnose, het begrip ervoor en begrijpen wat het voor een persoon inhoud voor het dagelijks leven. Er word vaak een schatting gemaakt dat een persoon wel kan werken, maar als er goed geluisterd word moet alles nog worden opgestart. Bij een PTSS word er vaak vanuit gegaan, daar kan een persoon geen last van hebben of ach het is al lang geleden dus je kan wel werken.

Afstemmingsproblemen in de keten. De gemeente overlegt niet wat de mogelijkheden zijn van een persoon met een instantie als GGZ. Wanneer het beter zou worden afgestemd en naar de mogelijkheden zou worden gekeken kan een persoon veel beter geholpen worden en zijn er meer kansen op blijvende verbetering. Vanuit de gemeente is er vaak onbegrip voor GGZ en diagnose, terwijl wanneer er samenwerking is, er meer begrip zou kunnen komen.

Behandelen

Het sociaal minimum is het bedrag dat u minimaal nodig heeft om van te leven. De hoogte van het sociaal minimum is niet voor iedereen hetzelfde. Het hangt bijvoorbeeld af van uw leeftijd en leefsituatie, die vaak word aangepast op het bedrag wat maandelijks word gestort.

Er zou beter contact moeten zijn tussen gemeente en bijvoorbeeld GGZ, zodat er beter kan worden afgestemd voor werk, het verhogen van het inkomen. Door overleg met de belastingdienst zou er meer personen gebruik maken van de toeslagen. Door overleg met andere in het netwerk kan veel duidelijker een beeld worden gevormd van een persoon en wat een persoon nodig heeft.

De overheid, belastingdienst en gemeente zouden meer moeten samenwerken om het makkelijker te maken voor de personen die er gebruik van kunnen maken. De gemeente kan personen door verwijzen die er recht op hebben, helpen met het invullen, zodat de belastingdienst direct kan overgaan op een oordeel. De overheid zou meer en duidelijker informatie moeten geven over de toeslagen en tegemoetkomingen en deze voor de gemeente allemaal hetzelfde maken, overal kan hetzelfde worden aangevraagd.

Gevolgen

Sociaal minimum is niet toereikend. hierdoor kunnen rekeningen niet betaald worden, kunnen personen minder voeding in huis halen, zijn de normale dingen die behoren bij het dagelijks leven minder mogelijk. Door een zeer krap budget kan een persoon zich veel zorgen maken en kan zorgen voor mentale problematiek.

Grote verschillen tussen gemeenten in participatie en bestaanszekerheid. Door minder toekomstperspectief te hebben kan een persoon negatief gaan kijken naar de toekomst, depressief worden. De persoon raakt hierdoor steeds meer gedemotiveerd om dingen te gaan doen en aan te pakken.

Niet-gebruik van voorzieningen. Zorgt ervoor dat een persoon uit beeld blijft, het is niet bekend bij de instanties die verder kunnen helpen. Een persoon zit alleen met het probleem, wat te groot is om alleen op te lossen.

Moeilijk om uit de armoedeval te komen. Armoede zorgt voor mentale problematiek, sociale problematiek. Een persoon in de armoede heeft geen geld voor dingen te gaan doen en kan alleen het hoog nodige halen en soms is dat niet mogelijk. Het leven in armoede is extra zwaar en zorg snel voor achteruit gang. Een persoon kan zich schamen dingen niet te kunnen kopen, of dat het niet lukt eruit te komen, hierdoor kan een persoon meer gaan vermijden.

Ingewikkelde wetten en regels en hoge administratieve lasten. Wanneer het wetboek en de regels moeilijk te volgen zijn voor burgers, zullen er veel dingen verkeerd verlopen. Er is geen wetboek in eenvoudige taal, de regels zijn vaak lang en uitgebreide zinnen. In sommige regels en wetten word gesproken in moeilijke taal, met moeilijke woorden.

Gebrek aan geld, tijd en deskundigheid bij gemeentelijke dienstverleners. Doordat er te weinig tijd is vanuit de gemeente, heeft de gemeente een onvolledig beeld van een persoon. De deskundigheid kan zorgen voor een foute beslissing die grote gevolgen kan hebben voor een persoon. Personen van de gemeente zijn geen hulpverleners, hebben niet de kennis zoals een ggz, maar oordelen wel.

Afstemmingsproblemen in de keten. Het niet afstemmen zorgt ervoor dat het voor personen verwarrend kan zijn waar een persoon terecht moet, wie kan helpen bij welk probleem en waar een persoon terecht kan. Het niet afstemmen zorgt ervoor dat een persoon op vele plekken moet komen voor 1 probleem.

Plan

Tegemoetkomingen en toeslagen zouden vanuit 1 loket geregeld moeten worden. Er zijn nog te veel personen die de toeslagen niet aan vragen of tegemoetkomingen van de gemeente laten liggen. Door 1 loket is het gelijk duidelijk wie waar recht op heeft en kan het gelijk worden aangevraagd.

De overheid, de belastingdienst en de gemeente zouden meer moeten samenwerken. In het landelijke beleid zou het bedrag van sociaal medium moeten worden verhoogt om alle kosten te kunnen betalen. Er zou vanuit gemeente meer moeten worden gewerkt aan het sociaal medium te verhogen, dus meer kansen op de arbeidsmarkt of een opleiding.

Het probleem waar een sociaal minimum tegen aanloopt, zou duidelijk in beeld gebracht moeten worden. Het is per persoon verschillend wat de hulpvraag is en waar hulp nodig is. In grote lijnen kan het landelijk beter geregeld worden, voor een persoon zou het bij de gemeente anders kunnen.

De plek waar een persoon terecht kan zou beter en duidelijk moeten worden aangegeven. het aanvragen van de toeslagen zou kunnen via de gemeente bij het aanvragen van een uitkering, zodat deze direct goed verlopen en goed worden ingevuld om het aan te vragen. Personen met een uitkering hebben altijd recht op huur en zorg toeslag.